Macht & leiderschap
Wat buitensluiten op het werk psychologisch met je doet
Je collega's bespreken iets zonder jou. Je hoort achteraf dat er afspraken zijn gemaakt waar je niets van wist. Of je zegt iets tijdens een vergadering, maar niemand reageert. Waarom kan het zo raken wanneer je je buitengesloten voelt op het werk? En wanneer is er daadwerkelijk sprake van buitensluiting?
Je hoort pas achteraf dat er overleg was
Stel je voor.
Je werkt al twee jaar op dezelfde afdeling.
Normaal gesproken bespreken jullie belangrijke wijzigingen gezamenlijk. Je krijgt uitnodigingen voor vergaderingen, collega's delen informatie en je weet wat er speelt.
Maar de laatste tijd merk je iets op.
Een paar collega's hebben regelmatig overleg waar jij niet bij bent.
Soms hoor je pas achteraf dat er nieuwe afspraken zijn gemaakt.
Wanneer je ernaar vraagt, zegt iemand:
“O ja, dat hadden we onderling al besproken.”
Je probeert er niet te veel achter te zoeken.
Misschien was het gewoon praktisch. Misschien was je aanwezigheid niet nodig.
Maar wanneer hetzelfde opnieuw gebeurt, begin je te twijfelen.
Waarom ben ik niet gevraagd? Heb ik iets verkeerd gedaan? Willen ze mij er niet meer bij hebben?
Wat hier interessant is: je mist niet alleen informatie over een vergadering.
Je begint misschien ook na te denken over jouw plaats binnen het team.
Buitensluiting kan raken aan iets fundamenteels: de behoefte om erbij te horen en serieus genomen te worden.
Toch moeten we zorgvuldig kijken wat er werkelijk gebeurt.
Niet elke gemiste uitnodiging is namelijk bewijs dat collega's je bewust buitensluiten.
1. Wat verstaan psychologen onder buitensluiting?
In psychologisch onderzoek wordt vaak het woord ostracism gebruikt.
Dat verwijst naar situaties waarin iemand wordt genegeerd of buitengesloten.
Op het werk kan dat verschillende vormen aannemen.
Bijvoorbeeld wanneer collega's je herhaaldelijk niet betrekken bij relevante gesprekken, nauwelijks op je aanwezigheid reageren of je buiten de gebruikelijke sociale interacties houden.
Ferris en collega's ontwikkelden en valideerden een wetenschappelijke meetschaal voor ervaren buitensluiting op de werkvloer: de Workplace Ostracism Scale. 1
Hun onderzoek behandelde buitensluiting als een afzonderlijk verschijnsel dat verband houdt met onder andere psychologische behoeften, welzijn, werkhoudingen en functioneren.
Dat betekent niet dat je met één voorbeeld direct kunt vaststellen dat sprake is van structurele buitensluiting.
Een collega die een keer niet groet, kan afgeleid zijn.
Een vergadering kan een beperkt deelnemersveld hebben.
En niet bij ieder gesprek betrokken worden, is niet hetzelfde als genegeerd worden.
Daarom is context belangrijk.
De eerste vraag is niet of iemand je bewust probeert te raken, maar welk gedrag je daadwerkelijk waarneemt.
Word je herhaaldelijk niet geïnformeerd over zaken die voor jouw werk belangrijk zijn?
Word je anders behandeld dan collega's in vergelijkbare functies?
Of zijn er praktische verklaringen voor de verschillen?
Dat onderscheid helpt voorkomen dat een ongemakkelijke ervaring meteen een definitieve conclusie wordt.
2. Waarom genegeerd worden zo persoonlijk kan voelen
Stel dat je tijdens de lunch iets vertelt.
Je collega's praten verder zonder te reageren.
Misschien gebeurt dat één keer en ben je het later alweer vergeten.
Maar stel dat je regelmatig merkt dat jouw opmerkingen geen reactie krijgen, terwijl dezelfde collega's wel op elkaar reageren.
Dan kan de situatie een andere betekenis krijgen.
Niet alleen:
“Ze reageerden niet op mijn verhaal.”
Maar misschien ook:
“Hoor ik eigenlijk nog wel bij deze groep?”
Sociaalpsycholoog Kipling Williams bespreekt in een wetenschappelijke review hoe buitensluiting belangrijke psychologische behoeften kan bedreigen. 2
Daaronder vallen de behoefte om erbij te horen, eigenwaarde, controle en het gevoel dat je aanwezigheid ertoe doet.
Uit onderzoek naar sociale uitsluiting blijkt dat zelfs relatief korte situaties waarin iemand wordt genegeerd gevoelens van ongemak kunnen oproepen.
Dat onderzoek gaat niet uitsluitend over organisaties of werkrelaties.
De bevindingen verklaren dus niet automatisch hoe ernstig een specifieke werkvloersituatie is.
Ze helpen wel begrijpen waarom iets dat van buitenaf klein lijkt, van binnen veel betekenis kan krijgen.
Een gemiste reactie gaat niet altijd alleen over die reactie.
Het kan ook de vraag oproepen of anderen jou zien, waarderen en meetellen.
Erbij horen is voor veel mensen geen onbelangrijke luxe, maar een belangrijke sociale behoefte.
3. Waarom onduidelijkheid het gevoel kan versterken
Bij openlijke kritiek weet je meestal dat iemand een probleem benoemt.
Dat gesprek kan vervelend zijn.
Maar er is tenminste iets concreets om op te reageren.
Buitensluiting kan veel minder duidelijk zijn.
Niemand zegt rechtstreeks dat je niet welkom bent.
Er wordt misschien gewoon minder met je gesproken.
Of informatie bereikt je later dan anderen.
Of er ontstaan groepjes waarin je minder wordt betrokken.
Daardoor kun je met vragen blijven zitten.
Is dit bewust?
Ligt het aan mij?
Gebeurt dit ook bij anderen?
Of zie ik een patroon dat er misschien niet is?
Robinson, O'Reilly en Wang beschrijven in hun theoretische overzicht van buitensluiting op het werk dat het verschijnsel vanuit verschillende organisatorische, sociale en individuele omstandigheden moet worden begrepen. 3
Ze maken duidelijk dat werkvloerbuitensluiting meer omvat dan één afzonderlijke interactie.
Er zijn verschillende factoren die kunnen bijdragen aan hoe situaties ontstaan en hoe mensen erop reageren.
Dat betekent ook dat je niet automatisch de intentie van de ander kunt vaststellen.
Sommige vormen van uitsluiting kunnen bewust zijn.
Andere situaties kunnen voortkomen uit gewoontes, organisatorische veranderingen, miscommunicatie of onvoldoende aandacht.
Een medewerker kan bijvoorbeeld uit een overleg worden gehouden omdat de taakverdeling is veranderd.
Maar dezelfde medewerker kan ook belangrijke informatie missen doordat afspraken onduidelijk worden gedeeld.
Dat zijn verschillende verklaringen met mogelijk vergelijkbare gevolgen.
De ervaring dat je wordt buitengesloten verdient aandacht, ook wanneer de oorzaak nog onbekend is.
4. Wat kan langdurige buitensluiting met iemand doen?
Stel dat je al weken merkt dat collega's nauwelijks informatie met je delen.
Je moet vaker zelf achter beslissingen aan.
Je begint tijdens vergaderingen minder snel iets te zeggen.
Niet omdat je niets meer weet of geen ideeën hebt.
Maar omdat je je afvraagt of iemand eigenlijk nog op jouw bijdrage zit te wachten.
Dat kan invloed hebben op hoe je het werk beleeft.
Howard, Cogswell en Smith onderzochten in een meta-analyse de wetenschappelijke literatuur over oorzaken en samenhangen van buitensluiting op de werkvloer. 4
Zij vonden belangrijke verbanden tussen ervaren buitensluiting en verschillende aspecten van welzijn, werkhouding en werkgedrag.
Daaronder vallen onder andere tevredenheid over het werk, emoties, zelfbeeld en werkprestaties.
Maar juist hun analyse laat zien waarom we voorzichtig moeten zijn met conclusies over oorzaak en gevolg.
Sommige verbanden bleken vergelijkbaar wanneer variabelen vóór of ná ervaren buitensluiting werden gemeten.
Daarom is niet altijd vast te stellen of buitensluiting tot een bepaald probleem leidt, of dat andere omstandigheden mede bepalen hoe de relatie ontstaat.
Dat maakt de bevindingen niet onbelangrijk.
Het betekent dat we ze zorgvuldig moeten interpreteren.
We kunnen zeggen dat ervaren buitensluiting op het werk samenhangt met verschillende ongunstige uitkomsten.
We kunnen niet uit één persoonlijke situatie afleiden dat buitensluiting de enige oorzaak is van stress, onzekerheid of verminderde werkprestaties.
Ook verschilt het per persoon en context hoe zo'n situatie wordt ervaren.
Toch is het verstandig om terugkerende uitsluiting serieus te nemen.
Zeker wanneer iemand steeds minder toegang heeft tot informatie, samenwerking of sociale steun die nodig zijn om goed te kunnen werken.
5. Wanneer is iets een patroon en wanneer een incident?
Stel dat je manager een overleg organiseert zonder jou.
Je voelt je gepasseerd.
Dat gevoel kan begrijpelijk zijn.
Maar voordat je concludeert dat je bewust wordt buitengesloten, kun je onderzoeken wat er precies gebeurde.
Was het overleg relevant voor jouw functie?
Waren andere medewerkers met dezelfde werkzaamheden wel uitgenodigd?
Was het een eenmalige situatie of gebeurt dit vaker?
En wat werd er gezegd toen je om uitleg vroeg?
Deze vragen maken een belangrijk verschil.
Een incident kan vervelend zijn. Een terugkerend patroon vraagt om een bredere beoordeling.
Daarbij kun je onderscheid maken tussen vier onderdelen.
Het gedrag. Wat gebeurde er concreet? Bijvoorbeeld: je kreeg geen uitnodiging voor twee werkoverleggen.
De context. Wat was het doel van die overleggen? Ging het over jouw werkzaamheden?
De herhaling. Is dit nieuw, eenmalig of gebeurt het regelmatig?
De gevolgen. Mis je hierdoor informatie, beslisruimte, samenwerking of mogelijkheden om je werk goed uit te voeren?
Dit is een praktisch reflectiekader, geen wetenschappelijk gevalideerde test waarmee je buitensluiting officieel kunt vaststellen.
Een terugkerend patroon is evenmin automatisch bewijs dat iemand je bewust wil beschadigen.
Maar herhaling, vergelijkbare behandeling van collega's en concrete werkbelemmeringen kunnen wel aanleiding geven om meer duidelijkheid te vragen.
Je hoeft dus niet meteen te kiezen tussen:
“Ik stel me aan.”
En:
“Iedereen probeert mij buiten te sluiten.”
Er is een derde mogelijkheid.
Je onderzoekt zorgvuldig wat je ziet, welke alternatieve verklaringen bestaan en welke informatie nog ontbreekt.
6. Wat kun je doen wanneer je je buitengesloten voelt?
Stel dat belangrijke afspraken steeds buiten jou om worden gemaakt.
Je kunt natuurlijk beginnen met:
“Waarom sluiten jullie mij steeds buiten?”
Maar daarmee suggereer je al dat de bedoeling van de anderen vaststaat.
Een andere ingang is om het concrete probleem te bespreken.
Bijvoorbeeld:
“Ik merk dat de laatste twee overleggen over onze werkzaamheden zonder mij hebben plaatsgevonden. Daardoor mis ik informatie die ik voor mijn taken nodig heb. Kunnen we afspreken wanneer ik bij dit soort gesprekken word betrokken?”
Zo beschrijf je wat er gebeurt.
Je benoemt het merkbare gevolg.
En je vraagt om een praktische afspraak.
Wanneer vooral de sociale omgang verandert, kan een rustige vraag aan een collega helpen.
Bijvoorbeeld:
“Ik merk dat we de laatste tijd minder contact hebben. Is er iets veranderd waar ik rekening mee moet houden?”
Dat geeft de ander ruimte om informatie te delen.
Het is geen garantie dat het gesprek prettig of duidelijk verloopt.
Misschien blijkt er een misverstand te zijn.
Misschien heeft de ander een heel andere verklaring.
En misschien verandert er weinig.
In dat laatste geval kan het zinvol zijn om concrete gebeurtenissen en de gevolgen voor je werk voor jezelf bij te houden.
Niet om iedere blik of stilte te analyseren.
Maar om onderscheid te kunnen maken tussen losse indrukken en aantoonbare gebeurtenissen.
Bijvoorbeeld wanneer je structureel niet wordt meegenomen in werkoverleggen, noodzakelijke informatie mist of niet kunt bijdragen aan beslissingen waarvoor je verantwoordelijk bent.
Dan kun je de situatie bespreekbaar maken via een leidinggevende, een andere passende contactpersoon, HR of een vertrouwenspersoon, afhankelijk van de omstandigheden.
Wanneer er sprake is van ernstige of langdurige problemen, kan aanvullende professionele of arbeidsrechtelijke ondersteuning passend zijn.
Het doel is niet om onmiddellijk iemand te beschuldigen, maar om te begrijpen wat er gebeurt en welke stap verantwoord is.
7. Waarom buitensluiting niet altijd zichtbaar is voor anderen
Een laatste punt maakt buitensluiting ingewikkeld.
Wat voor de ene persoon duidelijk voelbaar is, kan voor anderen nauwelijks zichtbaar zijn.
Stel dat een team veel informele afspraken maakt.
Collega's bespreken zaken tijdens koffiemomenten of in kleine chatgroepen.
Iedereen die al lang in het team werkt, weet precies waar informatie wordt gedeeld.
Maar één medewerker krijgt die informatie niet vanzelf mee.
Die medewerker kan zich buitengesloten voelen.
De anderen kunnen ondertussen denken dat iedereen voldoende op de hoogte is.
Dat betekent niet dat het probleem onbelangrijk is.
Het betekent dat sociale gewoontes soms verschillende gevolgen hebben voor verschillende mensen.
Daarom is het verstandig om niet alleen naar de bedoelingen van individuele collega's te kijken.
Ook de organisatie van samenwerking kan relevant zijn.
Hoe worden beslissingen gedeeld?
Wie wordt bij belangrijke overleggen betrokken?
Zijn verantwoordelijkheden helder?
En hebben alle betrokken medewerkers toegang tot de informatie die ze nodig hebben?
Het theoretische model van Robinson en collega's benadrukt dat buitensluiting in organisaties begrepen moet worden binnen een bredere sociale en organisatorische context. 3
Daarom kan een oplossing soms liggen in duidelijkere werkafspraken.
Bijvoorbeeld dat besluiten uit informeel overleg altijd worden vastgelegd, of dat relevante medewerkers standaard worden betrokken.
Dat lost niet automatisch alle sociale spanningen op.
Maar het kan wel voorkomen dat de toegang tot noodzakelijke informatie afhangt van wie toevallig bij een gesprek aanwezig was.
Een team hoeft niet iedereen overal bij te betrekken. Maar werknemers moeten wel de informatie en samenwerking krijgen die nodig zijn voor hun rol.
Buitensluiting begrijpen begint met zorgvuldig kijken
Misschien heb je zelf weleens meegemaakt dat collega's zonder jou verdergingen.
Dat je pas achteraf hoorde wat er besproken was.
Of dat je tijdens een vergadering het gevoel had dat niemand echt luisterde.
Zulke ervaringen kunnen onzekerheid oproepen.
Niet alleen over het werk.
Maar ook over je plek binnen het team.
Psychologisch onderzoek laat zien waarom sociale uitsluiting zo gevoelig kan liggen en welke verbanden er bestaan met welzijn en functioneren.
Maar het leert ons ook dat één gebeurtenis onvoldoende is om de oorzaak of bedoeling vast te stellen.
Daarom is de belangrijkste vraag niet meteen:
“Waarom willen mijn collega's mij buitensluiten?”
Maar:
“Wat gebeurt er precies, hoe vaak gebeurt het, welke gevolgen heeft het en welke informatie ontbreekt nog?”
Soms ontdek je een misverstand.
Soms blijkt een werkproces niet goed ingericht.
En soms ontstaat er voldoende aanleiding om structurele buitensluiting serieus te bespreken.
Je hoeft niet te weten wat anderen denken om duidelijkheid te vragen over hoe je op het werk wordt behandeld.
Dit artikel vertaalt psychologisch en organisatiekundig onderzoek naar fictieve werkvloersituaties. Het biedt geen diagnose, geen gevalideerde individuele buitensluitingstest en geen juridisch advies. De beschreven onderzoeken ondersteunen algemene mechanismen en samenhangen, maar bewijzen niet automatisch de oorzaak of bedoeling van gedrag in een individuele werksituatie.
VERDER DAN DE TEKST
Bronnen & verantwoording
De verwijzingen in de tekst leiden naar de onderstaande bronnen.
- The development and validation of the Workplace Ostracism Scale.
Ferris, D. L., Brown, D. J., Berry, J. W., & Lian, H. · 2008 · Journal of Applied Psychology, 93(6), 1348–1366.
Terug naar de tekst ↑ - Invisible at work: An integrated model of workplace ostracism.
Robinson, S. L., O'Reilly, J., & Wang, W. · 2013 · Journal of Management, 39(1), 203–231.
Terug naar de tekst ↑ - The antecedents and outcomes of workplace ostracism: A meta-analysis.
Howard, M. C., Cogswell, J. E., & Smith, M. B. · 2020 · Journal of Applied Psychology, 105(6), 577–596.
Terug naar de tekst ↑
Meer context. Meer perspectief.
Alle artikelen