KIJK SCHERPER NAAR JE WERK

Psychologische mechanismen

Waarom mensen zich aanpassen aan de groep op het werk

Je zit in een vergadering en bent het niet eens met een voorstel. Toch knik je wanneer de rest van het team instemt. Later vraag je jezelf af waarom je niets hebt gezegd. Waarom passen mensen zich soms aan een groep aan, zelfs wanneer ze er anders over denken?

Iedereen is het eens. Behalve jij.

Het is maandagochtend.

Je zit met zes collega's in een vergadering. Jullie leidinggevende presenteert een nieuwe manier van werken.

Het voorstel klinkt op papier efficiënt.

Maar terwijl je luistert, zie je een mogelijk probleem.

De nieuwe werkwijze kan ervoor zorgen dat klanten langer moeten wachten. Je hebt iets vergelijkbaars eerder meegemaakt.

Je wilt het zeggen.

Maar je manager vraagt eerst aan de rest:

“Iedereen akkoord?”

Een collega knikt. Daarna nog een. Iemand zegt dat het een goed plan is.

Je kijkt om je heen.

Niemand stelt een kritische vraag.

En op het moment dat je leidinggevende jou aankijkt, zeg je:

“Ja, prima.”

Terwijl je eigenlijk iets anders denkt.

Na afloop vraag je jezelf af waarom je niets hebt gezegd.

Was je onzeker? Wilde je geen discussie? Of speelde er iets anders?

Soms beïnvloedt een groep niet alleen wat mensen doen, maar ook wat zij wel en niet durven uitspreken.

1. Waarom de mening van anderen zoveel invloed kan hebben

Mensen nemen beslissingen niet volledig los van hun omgeving.

We kijken naar wat anderen doen, luisteren naar hun reacties en gebruiken hun gedrag soms als informatie.

Dat is op zichzelf heel functioneel.

Als je nieuw bent op een afdeling, weet je misschien nog niet hoe alles werkt.

Je observeert hoe collega's met klanten omgaan, hoe vergaderingen verlopen en welke afspraken gebruikelijk zijn.

Daar leer je van.

Maar dezelfde gevoeligheid voor anderen kan ook betekenen dat je je aanpast terwijl je eigenlijk twijfelt.

Binnen de sociale psychologie wordt dit conformiteit genoemd: het aanpassen van gedrag of oordelen aan de invloed van een groep.

Cialdini en Goldstein bespreken in hun wetenschappelijke review verschillende mechanismen achter sociale invloed en conformiteit. Zij beschrijven onder andere de menselijke motivatie om correcte oordelen te vormen en betekenisvolle sociale relaties te onderhouden. 1

Dat onderscheid is belangrijk.

Soms volgen mensen een groep omdat zij denken dat de anderen meer weten.

En soms speelt vooral mee dat zij erbij willen horen of een ongemakkelijke reactie willen vermijden.

Die twee redenen kunnen tegelijkertijd aanwezig zijn.

Stel dat vijf ervaren collega's zeggen dat een aanpak goed werkt.

Dan kun je denken:

Misschien zien zij iets wat ik over het hoofd zie.

Maar je kunt ook denken:

Ik wil niet de enige zijn die nu moeilijk doet.

Het gedrag aan de buitenkant kan hetzelfde zijn.

De reden erachter hoeft dat niet te zijn.

2. Je aanpassen is niet hetzelfde als je mening veranderen

Stel dat je tijdens een teamoverleg instemt met een nieuwe afspraak.

Betekent dat automatisch dat je overtuigd bent?

Nee.

Je kunt akkoord gaan omdat je het voorstel inhoudelijk goed vindt.

Maar je kunt ook instemmen omdat je geen discussie wilt beginnen.

Of omdat de beslissing toch al genomen lijkt.

Dat maakt een belangrijk onderscheid zichtbaar.

Wat iemand publiekelijk zegt, hoeft niet volledig overeen te komen met wat diegene privé denkt.

Sociale invloed kan verschillende vormen aannemen.

Bij informatiegerichte invloed gebruik je het oordeel van anderen om een onduidelijke situatie beter te begrijpen.

Bij normatieve invloed speelt de sociale reactie van anderen mee: je wilt bijvoorbeeld niet buiten de groep vallen.

Deze begrippen helpen het gedrag te onderzoeken, maar vertellen ons niet automatisch welke motivatie bij een specifieke medewerker de doorslag gaf. 1

Misschien is iemand werkelijk van mening veranderd.

Misschien zwijgt diegene strategisch.

Misschien vindt iemand het onderwerp simpelweg niet belangrijk genoeg om een discussie te voeren.

Daarom moet je voorzichtig zijn met conclusies als:

Iedereen is het ermee eens, dus iedereen vindt het een goed plan.

Zichtbare overeenstemming is niet altijd hetzelfde als volledige inhoudelijke overeenstemming.

3. Wanneer wordt zwijgen op het werk interessant?

Stel dat een collega een fout ontdekt in een nieuwe procedure.

Hij twijfelt of hij die moet melden.

Niet omdat hij de fout onbelangrijk vindt.

Maar omdat hij eerder zag dat een andere collega geïrriteerde reacties kreeg toen die kritiek uitte.

Dus besluit hij af te wachten.

In de arbeids- en organisatiepsychologie wordt onderzoek gedaan naar employee voice en employee silence.

Met voice wordt bedoeld dat werknemers bijvoorbeeld zorgen, suggesties of informatie over problemen uitspreken.

Met silence wordt bedoeld dat zij zulke relevante informatie bewust achterhouden.

Onderzoeker Elizabeth Morrison bespreekt in haar overzichtsartikel hoe verschillende factoren en motivaties kunnen beïnvloeden of medewerkers hun zorgen delen of juist zwijgen. 2

Dat is belangrijk omdat zwijgen verschillende betekenissen kan hebben.

Iemand kan niets zeggen omdat er geen probleem is.

Maar iemand kan ook niets zeggen omdat diegene verwacht dat spreken weinig oplevert.

Of omdat de mogelijke sociale gevolgen zwaarder wegen dan de voordelen.

Je kunt dus niet uitsluitend aan de stilte van een medewerker aflezen waarom diegene zwijgt.

Wel kun je onderzoeken welke omstandigheden het gemakkelijker of juist moeilijker maken om iets bespreekbaar te maken.

Een stille vergadering bewijst niet dat iedereen tevreden is. Maar stilte bewijst evenmin dat iedereen zich onveilig voelt.

De betekenis wordt duidelijker wanneer je naar de context kijkt.

4. Wat als je bang bent voor de reactie van het team?

Stel dat je tijdens een overleg wilt aangeven dat een deadline niet haalbaar is.

Je weet dat collega's dezelfde werkdruk ervaren.

Toch twijfel je.

Straks vinden ze dat ik me aanstel.

Misschien denken ze dat ik mijn werk niet aankan.

Wat als mijn leidinggevende dit tegen me gebruikt?

Je denkt dan niet alleen na over het onderwerp.

Je houdt ook rekening met hoe anderen op jou kunnen reageren.

Hier raakt groepsgedrag aan het begrip psychologische veiligheid.

Onderzoeker Amy Edmondson beschrijft psychologische veiligheid als een gedeelde overtuiging binnen een team dat het mogelijk is om interpersoonlijke risico's te nemen.

Daarbij kun je denken aan een vraag stellen, een fout toegeven of een afwijkende mening uitspreken.

In een onderzoek onder 51 werkteams vond Edmondson een verband tussen psychologische veiligheid en leergericht gedrag binnen teams. 3

Het onderzoek laat niet zien dat iedere medewerker in een psychologisch veilig team altijd vrijuit spreekt.

Ook bewijst het niet dat één vervelende reactie meteen betekent dat een heel team psychologisch onveilig is.

Maar het maakt wel duidelijk waarom de sociale omgeving ertoe doet.

Wanneer mensen verwachten dat vragen stellen normaal is, kan het gemakkelijker zijn om onzekerheid of kritiek bespreekbaar te maken.

Wanneer zij verwachten daarop te worden afgerekend, kan die afweging heel anders uitvallen.

De vraag wordt dan:

Hoe wordt er in dit team daadwerkelijk gereageerd wanneer iemand een afwijkende mening heeft?

Dat is concreter dan onmiddellijk zeggen dat er een slechte cultuur heerst.

5. De leidinggevende kan de groepsnorm beïnvloeden

Een vergadering wordt niet alleen gevormd door de medewerkers die eraan deelnemen.

Ook de manier waarop een leidinggevende reageert, kan invloed hebben op wat anderen durven te zeggen.

Stel dat een manager een voorstel presenteert en daarna vraagt:

“We zijn het hier toch allemaal mee eens?”

Dat is een andere uitnodiging tot gesprek dan:

“Welke risico's zien jullie nog in dit voorstel?”

De eerste formulering suggereert mogelijk dat overeenstemming al verwacht wordt.

De tweede laat explicieter ruimte voor andere inzichten.

Dat betekent niet dat iedere bevestigende vraag manipulatief is.

Een manager kan bijvoorbeeld denken dat het plan al uitgebreid besproken is.

Maar de formulering en de reactie op kritiek kunnen wel invloed hebben op de ruimte die medewerkers ervaren.

Detert en Burris onderzochten de relatie tussen leiderschapsgedrag en het uitspreken van verbeterideeën door werknemers.

Hun onderzoek onder medewerkers en managers van een restaurantketen liet zien dat openheid van leidinggevenden samenhing met de bereidheid van medewerkers om verbetergerichte ideeën of zorgen uit te spreken. Psychologische veiligheid speelde daarbij een verklarende rol in hun model. 4

Dit is onderzoek naar samenhangen binnen een specifieke organisatiecontext. Het bewijst niet dat één zin van een manager rechtstreeks bepaalt of een team zwijgt.

Wel ondersteunt het de gedachte dat leiderschapsgedrag belangrijk kan zijn voor de manier waarop medewerkers de risico's van spreken beoordelen.

Een leidinggevende beïnvloedt niet alleen welke besluiten worden genomen, maar mogelijk ook hoe gemakkelijk medewerkers die besluiten ter discussie stellen.

6. Wanneer is aanpassen verstandig en wanneer niet?

Je aanpassen aan een team is niet automatisch verkeerd.

Samenwerken vraagt om afstemming.

Niet iedereen kan altijd zijn eigen werkwijze volgen.

Soms moet een groep een beslissing nemen terwijl niet iedereen dezelfde voorkeur heeft.

Dan kan het verstandig zijn om na een goede discussie gezamenlijk verder te gaan.

Maar er is een verschil tussen samenwerken en voortdurend je eigen waarnemingen verbergen.

Stel dat je het niet eens bent met een voorstel omdat je een concreet veiligheidsprobleem ziet.

Dan kan het belangrijk zijn om die informatie toch te delen.

Stel daartegenover een kleine voorkeur over de volgorde van een vergadering.

Misschien besluit je dat die discussie niet nodig is.

Beide situaties kunnen leiden tot aanpassen.

Maar ze hebben niet dezelfde betekenis.

Je kunt daarom drie vragen stellen.

Wat weet ik daadwerkelijk?

Heb ik concrete informatie die voor de beslissing belangrijk is, of gaat het vooral om mijn persoonlijke voorkeur?

Waarom wil ik mij aanpassen?

Ben ik overtuigd geraakt door goede argumenten? Of wil ik vooral voorkomen dat ik opval?

Wat zijn de mogelijke gevolgen als ik zwijg?

Gaat het om een onbelangrijk verschil van mening, of blijft relevante informatie daardoor onbesproken?

Deze vragen vormen een praktisch reflectiekader, geen wetenschappelijk gevalideerde test.

Het doel is niet om altijd tegen de groep in te gaan.

Het doel is om bewuster te herkennen wanneer je je aanpast en waarom.

7. Hoe kun je iets zeggen zonder meteen tegenover de groep te staan?

Stel dat je in een overleg merkt dat iedereen positief is over een nieuwe werkwijze.

Je ziet zelf nog een risico.

Je hoeft dan niet te beginnen met:

“Dit is een slecht plan.”

Je kunt ook zeggen:

“Ik zie waarom dit voorstel interessant is. Mag ik één mogelijk risico benoemen?”

Of:

“Hebben we al onderzocht wat dit betekent voor de wachttijden van klanten?”

Met zo'n vraag breng je aanvullende informatie in.

Je hoeft daarvoor niet eerst te bewijzen dat alle anderen ongelijk hebben.

Ook kun je vragen of een besluit al definitief is of dat er nog ruimte is om mogelijke bezwaren te bespreken.

Bijvoorbeeld:

“Is dit al besloten, of kunnen we de gevolgen nog samen bekijken?”

Dat maakt duidelijk welk gesprek er eigenlijk plaatsvindt.

Niet iedere werkomgeving reageert op dezelfde manier.

Soms is er voldoende ruimte om direct vragen te stellen.

In andere situaties kan het verstandiger zijn om zorgen eerst afzonderlijk te bespreken, schriftelijk te onderbouwen of via een passende interne route te melden.

Bij ernstige veiligheidsrisico's of mogelijke misstanden kunnen bovendien specifieke procedures en rechten relevant zijn.

Het gaat niet om het advies om altijd je mening uit te spreken, ongeacht de omstandigheden.

Het gaat om een zorgvuldige afweging tussen relevante informatie, sociale context en mogelijke gevolgen.

Je hoeft niet de luidste persoon in een vergadering te zijn om toch iets belangrijks bij te dragen.

Waarom een groep het denken kan beïnvloeden

Misschien herken je het.

Je had een andere mening, maar hoorde iedereen instemmen.

Dus zei je niets.

Of je ging mee met een besluit omdat je aannam dat de anderen het waarschijnlijk beter wisten.

Dat is menselijk gedrag dat vanuit verschillende psychologische mechanismen begrijpelijk kan zijn.

We gebruiken anderen om situaties beter te begrijpen.

We willen onderdeel zijn van een groep.

En op het werk kunnen we rekening houden met de reacties van collega's en leidinggevenden.

Dat betekent niet dat mensen voortdurend bewust bezig zijn zichzelf aan te passen.

Ook betekent het niet dat iedere groep druk uitoefent of dat ieder stil team een probleem heeft.

Daarom is de belangrijkste vraag misschien niet:

“Waarom durf ik nooit tegen de groep in te gaan?”

Maar:

“Ben ik werkelijk overtuigd, of laat ik mijn oordeel beïnvloeden door de reactie die ik verwacht?”

Soms ontdek je dat anderen goede argumenten hebben.

Soms merk je dat je eigen bezwaar minder belangrijk is dan je dacht.

En soms blijkt juist dat de groep relevante informatie mist die jij wel hebt.

Samenwerken betekent niet dat iedereen hetzelfde moet denken. Juist verschillende perspectieven kunnen een team helpen om scherper te kijken.

Dit artikel vertaalt sociaalpsychologisch en organisatiepsychologisch onderzoek naar fictieve, herkenbare werksituaties. De beschreven mechanismen verklaren niet automatisch het gedrag van één specifieke collega, manager of organisatie. Het artikel is geen psychologische diagnose en geen juridisch advies.

VERDER DAN DE TEKST

Bronnen & verantwoording

De verwijzingen in de tekst leiden naar de onderstaande bronnen.

  1. Social influence: Compliance and conformity.

    Cialdini, R. B., & Goldstein, N. J. · 2004 · Annual Review of Psychology, 55, 591–621.

    Terug naar de tekst ↑
  2. Employee voice and silence.

    Morrison, E. W. · 2014 · Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 1, 173–197.

    Terug naar de tekst ↑
  3. Psychological safety and learning behavior in work teams.

    Edmondson, A. · 1999 · Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383.

    Terug naar de tekst ↑
  4. Leadership behavior and employee voice: Is the door really open?

    Detert, J. R., & Burris, E. R. · 2007 · Academy of Management Journal, 50(4), 869–884.

    Terug naar de tekst ↑

Meer context. Meer perspectief.

Alle artikelen